Naar de homepage

Logo's CPB, MNP en RPBprint

Den Haag, 29 september 2006

Afname bevolkingsgroei biedt ruimte voor andere eisen aan leefomgeving

De nu nog toenemende druk op de fysieke leefomgeving vlakt na 2020 naar verwachting af. Dit komt met name doordat de bevolking dan minder snel zal groeien. Hierdoor neemt de extra ruimtevraag voor wonen, werken en mobiliteit af. Zo stijgt de vraag naar ruimte voor bedrijventerreinen tot 2020 weliswaar nog met zo’n 10 tot 35 procent, maar na 2020 zal de uitbreidingsvraag naar verwachting wegvallen.

Een aantal knelpunten zal na 2020 juist urgenter worden. Zo zullen in bepaalde wijken, vooral in de grote steden, de sociale en leefbaarheidsproblemen de komende decennia naar verwachting toenemen.

De kwalitatieve eisen die aan de leefomgeving worden gesteld, blijven veranderen. Zo zijn de ontwikkeling van migratie, individualisering, vergrijzing en voortgaande inkomensgroei sterk bepalend voor de gewenste woningvoorraad. Bij een geringe bevolkingsgroei is leegstand van woningen in bepaalde wijken te verwachten. Het beleid zal zich daarom meer moeten richten op herstructurering en op de kwaliteit van die woningen. Ook de groene functies veranderen. De ruimtelijke inrichting is van grote invloed op de kwaliteit van natuur en landschap.

Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de studie ‘Welvaart en leefomgeving, een scenariostudie voor Nederland in 2040’, die het Centraal Planbureau, het Milieu- en Natuurplanbureau en het Ruimtelijk Planbureau vandaag hebben uitgebracht.

In deze studie brengen de planbureaus in kaart hoe Nederland zich tot 2040 ruimtelijk zal ontwikkelen. Hiermee willen de planbureaus de opgaven zichtbaar maken waarvoor de Nederlandse overheid op de lange termijn kan komen te staan bij continuering van het huidige beleid. Dat gebeurt voor een aantal thema’s: wonen, werken, mobiliteit, landbouw, energie, milieu, natuur en water. Ook de regionale verschillen, het ruimtebeslag, en de toekomst van de grote steden en het platteland worden daarbij in grote lijnen verkend.

Omdat de ontwikkelingen in de lange periode tot 2040 te zeer bepaald worden door onzekere factoren om hierover voorspellingen te kunnen doen, hebben de planbureaus de analyse in deze studie verricht aan de hand van vier scenario’s. Deze scenario’s hebben een horizon tot 2040 en bouwen voort op eerder door het CPB ontwikkelde scenario’s.

Druk op fysieke omgeving vlakt af en concentreert zich in de Randstad

De druk op de fysieke omgeving in Nederland neemt tot 2020 nog toe maar zal daarna afvlakken. Daarbij concentreert de ruimtevraag zich vooral in de Randstad, waar behoefte blijft bestaan aan nieuwe woningbouwlocaties en bedrijventerreinen. Daarnaast is in de Randstad een flinke vraag naar recreatiegroen te verwachten. Ook congestie blijft vooral een Randstedelijk probleem van bereikbaarheid van de vier grote steden. In overig Nederland is de ruimtevraag beperkt en zullen verschijnselen van bevolkingskrimp zich het eerst manifesteren.

Woningvraag blijft groeien maar neemt na 2020 minder sterk toe

De komende jaren blijft de vraag naar nieuwe woningen toenemen. De afnemende bevolkingsgroei leidt er echter toe dat de vraag naar woningen na 2020 langzamer toeneemt, en hiermee het beslag op de ruimte.

Behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen neemt af; herstructurering wordt steeds belangrijker

Overheden moeten anticiperen op een omslag in de behoefte aan bedrijventerreinen die zich op langere termijn gaat voordoen. De behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen blijft in alle scenario’s achter bij de huidige trend.

Het zijn vooral de omslag in de groei van de beroepsbevolking en de verdienstelijking van de economie die er voor zorgen dat de behoefte aan bedrijventerreinen en kantoren afneemt. Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen wordt daardoor urgenter. Als de uitbreidingsvraag geheel wegvalt, komt er een moment waarop de maatschappelijke baten van nieuwe terreinen niet meer opwegen tegen het risico van toekomstige leegstand en verpaupering.

Automobiliteit blijft toenemen; congestie op snelwegen kan gaan dalen

De komende decennia neemt de automobiliteit in alle scenario’s toe, zij het na 2020 minder snel dan in het verleden. Door de uitbreiding van het wegennet zal de congestie op de snelwegen in drie van de vier scenario’s al na 2010 niet verder groeien en mogelijk zelfs afnemen.

Problemen in grote steden nemen toe

In bepaalde wijken, vooral in de grote steden, zullen de sociale en leefbaarheids­problemen de komende decennia toenemen, met name als de participatie van bepaalde groepen achterblijft. Bij een toenemende immigratie, vooral als het daarbij gaat om laagopgeleide gezinsmigranten, kunnen integratie en inburgering bijvoorbeeld meer problemen opleveren. Opleidingsniveau, emancipatie en integratie bepalen immers de kansen op de arbeidsmarkt. Bij groeiende inkomensverschillen en hoge werkloosheid kan zelfs een sterke tweedeling in de maatschappij ontstaan, die zichtbaar wordt in de vorm van ruimtelijke segregatie.

Daarbij lopen de steden ook het risico dat de bevolkingssamenstelling steeds eenzijdiger wordt. Deze eenzijdigheid kan ontstaan doordat de steden een grote aantrekkingskracht blijven uitoefenen op laagopgeleide immigranten, onder meer vanwege de goedkope woningvoorraad. Tegelijkertijd zet de trend zich voort dat modale gezinnen naar de omliggende groenstedelijke gemeenten verhuizen, omdat ze daar een aantrekkelijker woonmilieu vinden. Zo’n eenzijdige samenstelling van de stadsbevolking heeft gevolgen voor de woningmarkt en de arbeidsmarkt.

Klimaatverandering blijft hardnekkig milieuprobleem

Indien geen maatregelen worden genomen zal de kans op overstromingen en wateroverlast toenemen vanwege de verwachte klimaatverandering. Rivieren moeten meer water afvoeren, de zeespiegel stijgt en er treedt vaker extreme neerslag op. Het laagste deel van Nederland, dat het dichtstbevolkt is en het meest zal verstedelijken, is hierbij het meest kwetsbaar.

Schaalvergroting in de landbouw verandert aanzicht platteland

Liberalisering van het landbouwbeleid door afbouw van landbouwsteun en van protectie zal leiden tot minder, maar wel grotere bedrijven, tot grootschalige bedrijfsgebouwen en tot meer glastuinbouw. Deze ontwikkelingen zullen echter veel minder snel gaan dan in de afgelopen 40 jaar. Tegelijkertijd zullen oprukkende stadsranden de openheid van het platteland verminderen. Ook de rest van het landelijk gebied zal door nieuwe recreatieve voorzieningen en agrarische nevenactiviteiten steeds meer worden gebruikt en bezocht door mensen uit de steden. Bij afnemende bevolkingsgroei kunnen plattelandsdorpen in de meer perifeer gelegen landelijke gebieden het moeilijk krijgen, bijvoorbeeld doordat voorzieningen verdwijnen.

Ruimte voor natuur neemt toe

Het areaal natuur groeit doordat de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt gerealiseerd en groene recreatiegebieden worden aangelegd. Vanwege de aanleg van de EHS komt zelfs meer dan de helft van de ruimtevraag in de periode tot 2020 voor rekening van de natuur. De kwaliteit van deze natuur en van het landschap dat zo ontstaat, hangt vooral af van de ruimtelijke inrichting.

Gevaar voor overinvestering bij voortzetting huidig beleid

Gezien de lange voorbereidingstijd en de lange levensduur van investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur en bedrijventerreinen, is het zaak om bij de planning rekening te houden met een mogelijk dalende behoefte aan dit soort voorzieningen. Bij trendmatige voortzetting van het huidige beleid bestaat een gerede kans, zeker na 2020, dat de congestie op het wegennet gaat dalen en er overschotten aan bedrijventerreinen ontstaan. Door die omslag bestaat het risico dat toekomstige investeringen in infrastructuur en bedrijventerreinen al snel onrendabel worden en een onnodig beslag leggen op natuur en landschap.

EINDE PERSBERICHT

Het Centraal Planbureau (CPB) maakt onafhankelijke economische analyses die wetenschappelijk verantwoord en up-to-date zijn en die relevant zijn voor de beleidsvorming in Nederland.

Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) voorziet de Nederlandse regering van onafhankelijke evaluaties en verkenningen over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de invloed daarvan op mens, plant en dier. Het Milieu- en Natuurplanbureau vormt hiermee een brug tussen wetenschap, beleid en politiek.

Het Ruimtelijk Planbureau (RPB) verkent systematisch ruimtelijke ontwikkelingen in het heden en in de toekomst, agendeert en signaleert nieuwe onderwerpen, schetst nieuwe beelden en ontwerpen. Het planbureau werkt voor kabinet, parlement, voor lagere overheden en verder voor iedereen die betrokken is bij de ruimtelijke ontwikkeling.

Noot voor de redactie:

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Paul Splinter, persvoorlichter RPB 070 3288 746 of 06 5267 1626