Naar de homepage

Samenvattingprint

Sommige problemen worden na 2020 minder prominent

De toenemende druk op de fysieke omgeving, die ontstaat door de voortdurend groeiende behoefte aan wonen, werken en mobiliteit, vlakt op termijn naar verwachting af. Dit komt vooral door de geringere bevolkingsgroei. Zo zal de congestie in de meeste scenario’s na 2020 niet verder toenemen. Verder maken de omslag in de groei van de beroepsbevolking en de verdienstelijking van de economie dat ook de behoefte aan bedrijventerreinen en kantoren afneemt: na 2020 is in drie van de vier scenario’s geen noemenswaardige extra ruimte meer nodig. De afnemende bevolkingsgroei leidt er eveneens toe dat de vraag naar woningen langzamer toeneemt, en hiermee het beslag op de ruimte.

Andere knelpunten worden na 2020 urgenter

In bepaalde wijken, vooral in de grote steden, zullen sociale en leefbaarheidsproblemen toenemen doordat de participatie van bepaalde groepen achterblijft. Bij een toenemende immigratie, vooral als het daarbij gaat om laagopgeleide gezinsmigranten, kunnen integratie en inburgering bijvoorbeeld meer problemen opleveren. Opleidingsniveau, emancipatie en integratie bepalen immers de kansen op de arbeidsmarkt. Klimaatverandering blijft een hardnekkig milieuprobleem, waardoor ook het risico op overstromingen door zeespiegelstijging en op verhoogde rivierafvoeren groter wordt. Dit probleem wordt veroorzaakt doordat nationaal en internationaal het energiegebruik blijft stijgen, en daarmee op wereldschaal ook de emissies van het broeikasgas kooldioxide. Hiernaast zal het landschap minder aantrekkelijk worden als gevolg van monofunctionele schaalvergroting van de landbouw, agrarische nevenactiviteiten, recreatievoorzieningen en verdere verstedelijking.

Kans op krimp

In alle scenario’s vergrijst de bevolking; deze kan op den duur bovendien afnemen. Deze krimp zal het eerst optreden in een scenario dat uitgaat van een beperkte immigratie. In de meeste scenario’s dalen het arbeidsaanbod en de werkgelegenheid na 2020. Ook de ruimtevraag kan na 2020 afnemen. Regionaal kan deze ‘krimp’ zich al eerder manifesteren.

Bij krimp kunnen zich langdurige overgangsproblemen aandienen, zoals leegstand en verloedering van woningen, wijken, dorpen en bedrijventerreinen. Maar krimp biedt ook mogelijkheden om de kwaliteit juist te verbeteren, bijvoorbeeld door herinrichting en ruimtelijke ordening. Ook de middelen daarvoor zijn beschikbaar; het inkomen per hoofd neemt immers in alle scenario’s toe. Bij krimp kan de welvaart toenemen, doordat de druk op collectieve goederen als milieu, veiligheid en landschap, afneemt.

Immigratie is een belangrijke factor bij het toekomstige beslag op de fysieke ruimte en bepaalt mede de omvang van de behoefte aan stedelijke functies, de grootte van het stedelijk gebied, de druk op de ruimte en de inrichting van de fysieke leefomgeving. Ze leidt immers tot een groeiende vraag naar woningen, infrastructuur, recreatieterrein en werklocaties. Aan de andere kant draagt het positieve migratiesaldo bij aan de bevolkingsgroei, zodat bijvoorbeeld het arbeidsaanbod kan toenemen.

Gevaar voor overinvestering

Gezien de lange voorbereidingstijd en de lange levensduur van investeringen in infrastructuur en bedrijventerreinen, is het zaak om bij de planning rekening te houden met een mogelijk dalende behoefte aan dit soort voorzieningen. Bij trendmatige voortzetting van het huidige beleid bestaat een gerede kans, zeker na 2020, dat de congestie op het wegennet gaat dalen en er overschotten aan bedrijventerreinen ontstaan. Door die omslag bestaat het risico dat toekomstige investeringen in infrastructuur en bedrijventerreinen al snel onrendabel worden en onnodig beslag leggen op natuur en landschap.